Dysnomia
Een muzikale tip van Pieter, waar ik eindelijk tijd voor vond: Dysnomia van Dawn of Midi. Ik luister sinds enkele dagen geconcentreerd (vooral in de auto) en het repetitieve, bezwerende karakter van het album heeft me te pakken.
Dawn of Midi is een trio — bassist Aakaash Israni, pianist Amino Belyamani en drummer Qasim Naqvi — met een jazzachtergrond, maar Dysnomia (2013) is allesbehalve jazz. Het is één strak gecomponeerd stuk van 45 minuten, opgebouwd uit overlappende ritmes. Iemand noemde het “cubistische techno”, en dat dekt de lading: elk instrument wordt eigenlijk percussie. Israni omschreef het zelf zo: “We’re all basically playing drums on our different instruments. It’s a drum ensemble.” Belyamani manipuleert tegelijk de snaren van de piano terwijl hij de toetsen bespeelt, waardoor het klinkt alsof er meerdere instrumenten tegelijk spelen. De invloeden zijn niet toevallig: de band speelde ooit samen in een West-Afrikaans Ewe-ensemble, en Belyamani, geboren in Marokko, groeide op met Berberse en Gnawa-muziek.
Wat me het meest intrigeert: er is in tien jaar niets veranderd aan de manier waarop ze het album live brachten. Er kwam ook nooit een vervolg. Het compositie- en repetitieproces bleek zo intensief dat de band er niet opnieuw aan wilde beginnen; de pandemie deed de rest, en intussen hebben de leden kinderen en eigen projecten. Toch speelden ze Dysnomia dit jaar, voor het eerst in tien jaar thuis in New York, op het Winter Jazzfest — en één repetitie volstond om weer helemaal synchroon te zitten. Alsof het stuk een eigen logica heeft die losstaat van wie het speelt. Het werk overstijgt de artiesten — precies wat ik er zelf ook in hoor.
(Tip van Pieter, die ook dit interview met de band doorstuurde.)